Deze structurele oplossing is helaas gecompliceerd. Jeugdzorg heeft contact met veel verschillende partijen. Iedereen wil de jeugdzorg beter maken voor kinderen, jongeren en gezinnen. Toch ondervinden deze partijen problemen binnen het huidige beleid, maar waar lopen zij nu tegen aan?

Kind en ouders

Als de ontwikkeling van een jongere (tussen 3-18 jaar) stagneert door leer- of ontwikkelingsproblemen gaan ouders/verzorgers bij een hulpverlener te rade. De zoektocht naar een oplossing start bij de huisarts, het CJG, de leerkracht/ib’er van de school of een andere vakspecialist waar het probleem aangekaart wordt. Het doel van de ouders/verzorger is doeltreffende, vlotte passende hulp voor hun kind. In de praktijk loopt het echter anders. Het eerste waar ouders/verzorgers tegenaan lopen is het feit dat niet duidelijk is waar ze, voor welke hulp terecht kunnen. Hierdoor komt passende hulp later dan nodig. Dit weet ook Remko Idema aan de kaak te stellen in zijn pas verschenen boek (bron AD 9juni19). Deze gemeenteambtenaar is nota bene zelf verantwoordelijk voor de vormgeving van de hulpverlening en toch ontkwam hij als vader met een kind met problemen niet aan het labyrint dat jeugdhulpverlening heet. Als vader voelde het als een gevecht, waarbij andere mensen bepalen hoe de toekomst van zijn kind eruit gaat zien. Het probleem zit hem in de doorverwijzing. Er wordt te weinig geluisterd naar het kind en de ouder, aldus Idema.

Het kind staat centraal in de jeugdzorg. Het doel is niet voor niets op tijd passende hulp voor het kind kunnen bieden. Wanneer die passende hulp niet op tijd geboden kan worden, omdat er sprake is van wachtlijsten kan dit leiden tot grote schade bij het kind. De problemen stapelen zich nog verder op als ook de huisartsen en Jeugd-GGZ overstromen van het werk.

Kansen en belemmeringen gemeentelijk beleid

Zoals beschreven in de jeugdwet zijn de zorgregio’s verantwoordelijk voor de jeugdzorg binnen een gemeente. Zij moeten zorgen dat de jeugdzorgmiddelen beschikbaar zijn. De zorghulpaanbieders kunnen de zorg eenvoudiger en goedkoper aanbieden. Maar de jeugdzorgprofessionals geven aan dat het werk belemmerd wordt door de bureaucratie en regel- en verantwoordingsdruk. Ze ervaren dat er minder ruimte is dan voorheen om de juiste hulp te bieden.

Het Rijk heeft een nieuw actieplan ‘Vakmanschap Jeugdprofessional’ opgesteld om de professionals te ondersteunen in hun vakmanschap, zodat er een blijvend passend en goed op de praktijk aansluitend curriculum voor de huidige en nieuwe jeugdprofessionals ontwikkeld wordt. Ook wordt er een ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) ingesteld om de zorgregio’s te ondersteunen en te adviseren bij de jeugdhulpvernieuwing, inkoop van specialistische jeugdhulp, monitoring van de transformatieplannen en vernieuwing van de jeugdhulp en jeugdbescherming. Dit is al een stap in de goede richting, evenals het kennisontwikkelingsprogramma ‘Wat werkt in de zorg voor de Jeugd’ met als doel innovatieve werkwijzen te ontwikkelen die mogelijkheden van technologie, digitalisering, innovatie en e-health optimaal laten aansluiten bij de behoeften van kinderen en gezinnen.

Het belemmerende, onderliggend dilemma heeft te maken met de waarom, hoe en wat vraag. De gemeenten hebben zelf geen directe invloed op de uitvoering van de zorg. Zij bepalen in de aanbestedingen de visie en de kaders (waarom). De jeugdzorginstellingen hebben de autoriteit op de uitvoering van de zorg (het hoe en wat), maar door de bureaucratisering en de toename van de hulpvraag, creëren zij wachtlijsten, waardoor de kinderen en ouders niet direct geholpen kunnen worden en de klachten mogelijk verergeren. Het is een maatschappelijke probleem dat zichzelf in stand houdt. Alle betrokken partijen erkennen dat. Wie is in staat om het huidige jeugdzorgbeleid effectiever te maken?

Kortom: er is schreeuwend behoefte aan oplossingsrichtingen. We zijn benieuwd naar welke oplossingsrichtingen er op dit moment al worden toegepast.

Dit is een artikel van de hand van Iris Tinga, Josee van de Waarsenburg en Anita Schuiling, Via Socium Zorg en Onderwijs.