Wet Arbeidsmarkt in Balans

Onlangs is de Wet Arbeidsmarkt in Balans (afgekort WAB) door de eerste kamer aangenomen. Regering en kamer komen daarmee met ‘ingrijpende’ nieuwe wetgeving op onder meer het terrein van de arbeidsmarkt. Eén prominent onderdeel van deze wet is dat het voor werkgevers aantrekkelijker moet zijn om medewerkers een vast contract aan te bieden. Er komen maatregelen die het ontslag van vaste medewerkers aanzienlijk moeten versoepelen en flexwerk wordt duurder gemaakt. Daarnaast wordt de duur van contracten voor bepaalde tijd weer naar 3 jaar gebracht. Het is daarmee een signaal naar werkgevers om vooral contracten voor onbepaalde tijd aan te bieden. Gelijktijdig wil de overheid de werkgevers gerust stellen met maatregelen waardoor, mocht de nood aan de man komen, ontslag van medewerkers een stuk simpeler is.

Flexibele arbeidskrachten zijn een must

Al langer wordt vanuit het openbaar bestuur en overigens ook vanuit geledingen van de vakbeweging negatief geoordeeld over de toename van het aantal flexwerkers. Zij worden gepositioneerd als zijnde medewerkers met een achtergestelde positie. Het lijkt erop alsof er van de zijde van het openbaar bestuur totaal geen zicht is op de ontwikkelingen binnen de arbeidsmarkt, die eenvoudigweg flexibiliteit tot een absolute noodzaak maken. Bedrijven en organisaties moeten in een steeds volatieler wordende markt wendbaar zijn en blijven. Het op een juiste schaal kunnen inspelen op die beweeglijke markt is daarom essentieel.   Inzicht lijkt dus te ontbreken en er wordt vooral gewezen op dubieuze constructies, die gericht zijn op het ontduiken van wet- en regelgeving. Dit misbruik moet uiteraard bestreden worden, maar doet geen recht aan de werkelijkheid rond flexcontracten c.q. flexibele formatie van bedrijven. Veruit de meerderheid van organisaties en bedrijven gaan meer dan fatsoenlijk en volstrekt integer om met de inzet van flexibel personeel waarbij, met uitzondering van het vaste contract, de materiële positie van de flexibele medewerker volstrekt gelijk is aan die van het ‘zogenoemde’ vaste personeel. Bedrijven zijn niet uit op het ontduiken van regelgeving maar wél gericht op een verantwoorde bedrijfsvoering. Binding van flexibel personeel is op zijn minst net zo belangrijk als bij het vaste personeel. Bedrijven zijn zich bewust van het gegeven dat aan arbeidsmobiliteit forse kosten zijn verbonden.

De arbeidsmarkt verandert, veranderen arbeidscontracten mee

De Minister President gaf het in zijn wekelijkse persconferentie nog maar weer eens aan. Hervorming van de arbeidsmarkt was noodzakelijk want: “De flexmedewerkers, willen ook wel eens een keer een huis kopen.’’. Ook deze uitspraak getuigt van het versimpelen van de problematiek. Immers zegt dit niets over de flexmarkt die inspeelt op de steeds groter wordende behoefte aan beweeglijkheid van bedrijven en organisaties, maar dit zegt veel meer iets over de wijze waarop de financiële instituties in staat zijn om mee te bewegen in een sterk veranderende arbeidsmarkt en kennelijk, samen met onze bestuurders, nog vast zitten in ‘oud denken’.

Terug bij af

Toen Ascher 5 jaar geleden de flexwet introduceerde ging hij er vanuit dat, door het terugbrengen van drie naar twee jaar aan tijdelijke contracten, het aantal flexwerkers sterk terug zou lopen ten faveure van een vast dienstverband. Inmiddels is wel duidelijk dat dit laatste niet is gebeurd. Sterker: voor de flexwerker is het alleen maar ongunstiger geworden. Daarvan werd en wordt namelijk het contract vaak na 23 maanden niet meer verlengd. Kabinet en Kamer kiezen er nu dus voor om deze termijn van twee jaar weer terug te brengen naar drie jaar. Terug bij af dus.

Ontslagversoepeling het antwoord

Wij voorspellen dat ook deze maatregel niet zal leiden tot het door de overheid gewenste resultaat. De flexwerker zal nu in plaats van na 23 maanden, na drie jaar moeten uitkijken naar een andere baan. Het versoepelen van het ontslagrecht gaat daar, nog afgezien van de vraag hoe deze versoepeling in de praktijk gaat uitpakken en hoe dit signaal door de medewerkers zal worden ervaren, niets aan afdoen. Immers is er nog steeds een rechter en/of het UWV nodig voor de effectuering van ontslag.

Oproep tot innovatie en dialoog

De arbeidsmarkt is meer gediend bij werkelijke innovatie. Kies voor het optimaal faciliteren van de werkenden, investeer in ontwikkeling en accepteer dat de steeds sneller wordende samenleving aan werkenden andere eisen stelt en in de toekomst gaat stellen. Denk niet in het opleggen van beperkingen en opwerpen van drempels op basis van oud denken.

Wij roepen op tot een discussie, die nuance aanbrengt in de stellingen, die betrokken worden rondom vaste en flexibele arbeidsovereenkomsten. Weg met de krampachtigheid, laten we met meer lef kijken naar de werkelijkheid en wat professionals nu nodig hebben voor een carrière van 45 jaar of langer.